Uitzetting

Lengte-uitzetting

De uitzetting van de leidingen is afhankelijk van het temperatuurverschil bij de plaatsing en tijdens het gebruik.

Leidingen voor koud water vertonen dan ook praktisch geen uitzetting. Voor deze toepassingen moet dan over het algemeen geen rekening gehouden worden met de lengte-uitzetting. 

Voor wat betreft leidingen voor warm water of voor toepassingen in verwarming moet wel rekening gehouden worden met deze uitzetting.

Men moet evenwel een onderscheid maken tussen de verschillende soorten plaatsingen:


Inbouw

Als algemene regel geldt dat bij inbouw van de leidingen geen rekening moet gehouden worden met de lengte-uitzetting.

Als de leidingen in een isolatie geplaatst wordt, dan biedt deze laatste voldoende plaats om de uitzetting van de buizen op te vangen. Als de leidingen rechtstreeks in de chape of het beton geplaatst worden, of als de isolatie onvoldoende ruimte laat voor uitzetting, dan wordt de lineaire uitzetting door het materiaal zelf geabsorbeerd. 

Door de leidingen in te werken in beton of chape wordt elke uitzetting geneutraliseerd.

De spanningen worden dan door het materiaal zelf opgevangen, zonder enig nadelig gevolg.


Plaatsing in een schacht

De uitzetting van zulke leidingen is afhankelijk van het type fusiotherm buis. Er is inderdaad een verschil tussen de normale fusiotherm buis en de mechanisch versterkte buis zoals Stabi of Faser :
 
  • Buis Stabi en Faser
    Door het plaatsen van een vast punt rechtstreeks voor of na elke aftakking is de lengte-uitzetting van Stabi of Faser leidingen niet van belang in geval van plaatsing in een schacht.
    Stijgleidingen kunnen over het algemeen stijf, dit wil zeggen zonder uitzetbocht, geplaatst worden. Zo werkt de uitzetting op de lengte van de buis tussen twee vaste punten, waar deze van geen belang is.
    Bovendien is het belangrijk dat bij plaatsing in een schacht de afstand tussen twee vaste punten nooit 3 meter overschrijdt.
     
  • Buis zonder mechanische versterking 
    Bij plaatsing van normale fusiotherm of climatherm buizen zonder aluminium mantel of glasvezelversterking, moet de aftakking de uitzetting van de stijgleiding kunnen opnemen.

    - Dit kan door een gunstige plaatsing van de stijgleiding in de schacht verzekerd worden
    - Door een geschikte doorvoermof voor de aftakking te voorzien is ook voldoende uitzetting mogelijk
    - Het is ook mogelijk de lengte-uitzetting van de stijgleidingen toe te laten door de plaatsing van een veerbeen.


Opbouw

Vooral in geval van opbouwmontage (bv in kelders) is het zicht van groot belang. Met fusiotherm buizen voor koudwater en met Stabi of Faser buizen voor warm water zijn perfecte installaties probleemloos te verwezenlijken.

De lengte-uitzettingscoëfficient van de leidingen bedraagt slechts :
  • voor de gewone leidingen :         0,150 mm/mK
  • voor de Stabi leidingen:               0,030 mm/mK
  • voor de Faser leidingen :             0,035 mm/mK

Deze coëfficient is bij Faser en Stabi leidingen dus bijna gelijk aan deze van metalen leidingen.

Over het algemeen moeten zichtbare leidingen voor warm water uitgevoerd worden in de variant Stabi of Faser.

Ook bij het gebruik van Stabi en Faser moet men rekening houden met een zekere uitzetting door temperatuursschommelingen. Vooral bij grote lengtes (meer dan 40 meter) moet een uitzetlier voorzien worden. Stijgleidingen daarentegen kunnen over het algemeen zonder uitzetbocht geplaatst worden.